In gesprek met Jacqueline en Chris Thielen
Het is maandag 17 november als ik ’s-avonds op bezoek ben bij Jacqueline en Chris Thielen in Broekhuizen. Ik word niet alleen hartelijk ontvangen door de gastvrouw en de gastheer, maar ook door de beide enthousiaste dwerg-Schnautzers. Het doel van mijn komst is bekend, dus aan de slag.
Uiteraard heb ik geleerd van het interview met Ger Sanders en heb ik mijn “eigen” powerbank meegenomen.
Jacqueline Peeters is 62 en al sinds 2002 lid van ’t Brummerke. Thuis is ze 4 e in de rij van 4 meisjes ( ’n tweeling) en de jongste is een broertje;
Chris Thielen is 65 en al sinds 2001 lid van ons clubke. Thuis zijn 6 kinderen. Chris is 3 e in de rij. Een oudere broer en zus boven hem en een jongere broer en 2 zussen onder hem;
Jacqueline en Chris hebben 2 zonen, Rik en Bart. Ze rijden in hun jonge jaren over de “plaats” met een Quat en een Tomosje. Af en toe kunnen ze de bocht niet halen en rijden het hekwerk in. In hun jonge jaren ervaren Rik en Bart het als oprecht leuk om achterop de brommers mee te toeren. Bart krijgt op zijn verzoek enkele jaren terug een brommertje, een Honda CD50 om op te knappen. Deze is gedemonteerd en ligt tot op heden nog uit elkaar. Het opknappen bleek uiteindelijk te duur. Bart en zijn vriendin rijden ’n enkele keer mee met onze eigen toertochten, maar nog nooit met ’t Brummerke en worden ook geen lid van ons clubke. Het brommerclubbloed blijkt dus te mager. Hij rijdt liever motor en trekt er ook regelmatig met de motor op uit, samen met Jacqueline en Chris.
Het tweewieler-virus is dus niet beperkt gebleven tot Jacqueline en Chris. En het moet gezegd, ’n zeer ernstig virus, want wat een prachtige verzameling oldtimerbrommers en twee vette Triumph motoren, maar daarover later.
Bij Chris moet niet alleen thuis op de tuinderij worden gewerkt, maar ook bij collega tuinders. Er moet immers geld op de plank komen:
Om er met de vrienden op uit te trekken; Naar de Bar bij Schôbbers Joch op de Heuvelweg of later bij Dekkers Mart aan de Nieuwenhofweg; Om de kosten voor de brommer, de verzekering en de mengsmering te kunnen betalen. Pa en ma zijn niet enthousiast over de komst van de brommers.
Zijn eerste brommer is een Kreidler Florett van 1970, kleur rood met verchroomde buffeltank en 3 voet. Daarna komt er een Kreidler RM Super van 1975, kleur oranje, 4 voet.
Jacqueline is 14 als ze in Juli 1977 haar Chris, dan 16,5 , leert kennen bij ’t Wiel in Melderslo. Uiteraard zit ze bij Chris achterop, maar ze rijdt ook heel graag zelf. Ze gaat pas brommer rijden met haar 16 e en wel op een Puch Maxi, de speciale uitvoering kleur zwart met ronde koplamp en rode bies.
Chris gaat bouwkunde studeren in Tilburg en doet zijn Kreidler over aan zijn jongere broer. Vanaf dat moment rijdt hij Vespa, goedkoper hè. De dienstplicht is echter onverbiddelijk en Chris moet zijn opleiding staken, nog steeds doodzonde aldus Chris, maar het is niet anders. Daar laat de overheid Chris in de steek.
Chris haalt zijn rijbewijs bij Sjak van Helden in dienstplichttijd in 1982, hij is dan 21. Hij heeft nog steeds verkering met Jacqueline. Zijn schoonouders, champignontelers, vinden dat prima. Het motto daar is wel, de liefde moet wel van 2 kanten komen hè: hier vrijen okè maar dan wel meewerken. Zo is Chris menig uurtje aan de slag in de champignons bij Jacqueline thuis. Zou er een enkel uurtje voor elkaar zijn overgebleven, jawel toch?!
Jacqueline werkt thuis en moet het rijbewijs halen. Vader vindt het nodig dat ze naar de veiling kan rijden.
In 1990 koopt Chris toch weer een rode Kreidler. Hij zou graag wat meer willen toeren, maar er is in de directe omgeving geen bromfietsclub. Er is wel een Puchclub in Tegelen. Van zijn oom krijgt hij een Puch, nadat Chris zijn tuin mee aanlegt. Deze heeft hij pas zo’n 5 jaar geleden verkocht aan Ed (ook lid van ‘t Brummerke). In 1993 schaft Chris ook nog een rode scooter aan.
Tot 1999 werkt Chris overal en nergens. De arbeidsmarkt is dan erg mager. Dan starten Jacqueline en Chris samen het champignonbedrijf. Tot dat moment De handoogst levert echter te weinig op, door opkomst van de teelt in met name Polen. Ze stoppen met de champignonteelt in 2005. Dat is wel een dingetje, want Jacqueline is nagenoeg haar hele werkzame leven aan de slag in de champignonteelt, niet alleen als zelfstandig ondernemer maar ook als ervaringsdeskundige elders. Ze is daarna ook nog aan de slag in de podo-therapie. Chris is nu aan de slag bij La Providence.
In 2000 krijgt Jacqueline, zoals vroeger, weer ’n mooie Puch Maxi. Dit is eigenlijk de herstart van de gezamenlijke hobby. Vandaag de dag staan er in huize Thielen vele mooie oldtimers:
5x Puch – 2 Batavus, waarvan 1 Matomat – ‘n 1960er Zündapp – ’n Tomosje – ’n Vespa Ciao van 1967 (“loopt als de hel, dat ding”) – 5x Kreidler – 5x Honda, waarvan 2 SS50, 1 CD50, 2 C50 en 2x Gilera Scooters. Begrijpelijk toch dat uw reporter er stil en met verbazing naar staat te kijken.
Door het lidmaatschap bij onze vriendenclub ’t Brummerke wordt er ook vaker getoerd. De sfeer is prima en het gedrag van onze “nozems” is zondermeer fatsoenlijk te noemen. Daarnaast hebben Chris en Jacqueline ook nog een eigen toerclub, de “Contactpunten” met onder andere Caroline en Ern, Frank, Hay en Ria, Bert en Roos, Frans en Astrid – helaas overleden- en Wies en Hay – helaas overleden- , Ger – helaas overleden, Lei, Harry en Leen – beide al overleden – en Jo. Op dit moment rijden de “Contactpunten” eigenlijk te weinig. Uiteraard heeft het wegvallen van enkele enthousiaste rijders daar mee te maken. Heel begrijpelijk, maar voor de achterblijvers evengoed jammer. Het is immers niet alleen de nostalgie en de liefde voor de brommer, maar toch ook de verbinding die door de gezamenlijke hobby ontstaat en groeit. “Door al die jaren kennen we elkaar zó goed en is hartelijkheid en begrip als vanzelfsprekend”, aldus Jacqueline.
Zo rijden Jacqueline en Chris o.a. toertochten in Wittem, Riemst België, Kermisrit Neer en Griendtsveen. Omdat ze vaak samen rijden, schaffen ze dezelfde brommers aan in setjes van 2, dus 2 Honda’s, 2 Kreidler’s etc.
Zo ervaren Jacqueline en Chris ook het vaste feestavondteam, dat toch al vele jaren zorgt dat er heel plezierig gefeest kan worden. Sinds enkele jaren zit Ger hier ook bij. Iedereen weet wat hij of zij kan doen en weet ook wat de anderen doen. De taken zijn verdeeld en eenieder is ijverig aan de slag. Zo wordt er in weinig tijd stiekem veel gerealiseerd en de sfeer is altijd prima. Uiteraard is de mooie locatie daar mede debet aan.
Het gaat binnen de club prima, alhoewel het mooi zou zijn als meer leden ’n activiteit of een taak voor zijn of haar rekening zouden nemen:
Bijvoorbeeld ’n keer een route uitzetten, want het zijn vaak dezelfde leden die zich daarvoor beschikbaar stellen;
De niet-meerijders komen toch naar Melderslo en zwaaien ons uit;
We zouden bij onze ritten meer moeten rijden onder het motto van: Samen uit Samen thuis. Dus ’t Tunneke is begin EN eindpunt;
De technische avond wordt gemist. Het zou voor velen mooi zijn als dit onderdeel weer terug zou komen. Zou er binnen onze groep niemand zijn die dat zou willen doen of kennen we iemand die hier voor openstaat?;
We zouden als club in het voorjaar bijvoorbeeld het seizoen kunnen openen met een gezamenlijk ontbijtje;
De brommerzegening is helaas niet meer, maar wordt echt gemist;
Zoals je bij andere clubs ook weleens ziet. Een rit uitzetten / organiseren en daar andere clubs of ’n club voor uitnodigen;
Voor die dat leuk vinden, de brommers laden en naar een andere regio of provincie rijden om daar te toeren;
Het zou mooi zijn als nieuwe leden zich middels een introductie-rubriek bekend maken, fotootje, naam en brommer, gewoon kort en bondig.
Tekst: Ger Wijnen.